Financieel beeld

Hieronder laten we zien hoe de nieuwe meerjarenbegroting er financieel uit komt te zien. Voor het financiële beeld nemen we de stadsbegroting 2015-2018, aangevuld met besluiten tot en met december 2014 als basis. Tezamen vormen zij de Primitieve begroting.
De ontwikkeling op de algemene middelen , voorgestane mutaties in het bestaand beleid en nieuw beleid en de taakmutaties in het gemeentefonds leiden vervolgens tot het nieuwe financiële beeld .

bedragen * € 1.000,-

2015

2016

2017

2018

2019

Stadsbegroting 2015 - 2018

-4

464

1.897

70

70

overige besluiten

-145

0

0

0

0

Primitieve begroting 2015 - 2018

-149

464

1.897

70

70

Ontwikkeling algemene middelen

1.920

1.318

1.952

2.124

1.530

Bestaand beleid programma's

-2.987

-1.806

-1.236

-1.308

-1.283

Nieuw beleid

-330

-1.614

-173

-40

-40

Ontwikkeling algemene middelen

Met de algemene middelen bedoelen we die middelen waarover uw Raad beslist hoe deze worden ingezet in de verschillende programma's. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van deze middelen opgenomen. Daaronder worden de verschillende onderdelen toegelicht.

bedragen * € 1.000,-

2015

2016

2017

2018

2019

Ontwikkeling aantallen

-80

415

501

587

1.293

Gemeentefonds

-1.300

-1.491

-948

-162

-562

Indexeringen

1.000

1.700

1.700

1.000

1.000

Financieringsresultaat

2.300

695

700

700

-201

Heffingen

0

0

0

0

0

Ontwikkeling aantallen

We hebben afgesproken dat we per woning en inwoner een aanvullend bedrag aan gemeentefonds ramen. Voor elke woning houden wij daarnaast ook rekening met de extra OZB-inkomsten.
Ten opzichte van de vorige begroting gaan we uit van een iets hogere woningproductie en een hogere inwoneraantal. Dit laatste blijkt uit de  stand van 1 januari dit jaar van het aantal inwoners in onze stad.
In de jaren 2016 - 2018 hebben we al rekening gehouden met een toename van aantallen - zoals opgenomen in de Stadsbegroting. In deze jaren levert alleen de wijziging in het betreffend jaar een financiële mutatie op. In het laatste jaar van de nieuwe meerjarenbegroting levert de volledige toename in dat jaar een toename van de inkomsten op. Voor dit jaar 2015 ramen we nog niet de extra inkomsten, hiervoor wachten we de meicirculaire af. Verder houden we, net als andere jaren, rekening met een uitbreiding van het areaal niet-woningen met € 100 miljoen.
Naast het effect van de aantallen op de ontvangsten hebben we ook afspraken gemaakt over het ophogen van budgetten als gevolg van de aantallen. Per woning voegen we € 400,- toe aan het budget voor het onderhouden van de openbare ruimte. Verder voegen we per woning € 100,- en de helft van de areaal niet-woningen toe aan de kapitaallasten. Hiermee vergoten we onze investeringsruimte.
In onderstaande tabel zijn alle financiële effecten opgenomen:

bedragen * € 1.000,-

2015

2016

2017

2018

2019

A1.  ontwikkeling  woningen en inwoners

725

1.021

1.217

1.633

A2.  uitbreiding areaal niet-woningen

800

A3.  onderhoud Openbare ruimte

-64

-248

-416

-504

-592

A4.  toevoeging kapitaallasten Woningen

-16

-62

-104

-126

-148

A5.  toevoeging kapitaallasten Niet-Woningen

-400

In het deel grondslagen en uitgangspunten wordt dieper ingegaan op de ontwikkeling van de woning en inwoner aantallen.

Gemeentefonds

In de ontwikkeling van het financieel beeld nemen we bij het gemeentefonds als eerste het effect mee uit de septembercirculaire van vorig jaar. Hierover is uw Raad geïnformeerd per brief.
Voor een aantal maatstaven in het Gemeentefonds is per 1 januari 2015 overgeschakeld naar de woningaantallen zoals deze zijn opgenomen in de BasisAdministratie Gebouwen (BAG). Over de definitie van een (zelfstandige) woning is de afgelopen jaren discussie geweest maar lijkt inmiddels uitgekristalliseerd. Voor Nijmegen leidt deze definitieve definitie tot een neerwaartse bijstelling.  Dit komt vooral door een andere benadering van de studentenhuisvesting. Werden eerst namelijk alle individuele studentenkamers als een woning geteld, de huidige definitie telt pas een woning mee als deze een douche, toilet, keuken en eigen voordeur heeft. Deze bijstelling heeft op de diverse maatstaven in het gemeentefonds een bijstelling van -€ 1,3 miljoen tot gevolg ten opzichte van de septembercirculaire. Overigens zijn we met diverse andere studentensteden in gesprek met de minister over dit onderwerp en gaan er vanuit dat op enige manier er een bijstelling in het gemeentefonds komt die tegemoet komt aan studentensteden.
Als laatste corrigeren we de afloop van de suppletie uitkering afschaffing OZB gebruikers deel woningen. Deze suppletie uitkering krijgen we omdat wij nadeel gemeenten waren toen de OZB-gebruikers deel werd afgeschaft voor Woningen. Deze uitkering wordt jaarlijks naar beneden bijgesteld. Volgend jaar is het laatste jaar dat dit effect zich voordoet.

bedragen * € 1.000,-

2015

2016

2017

2018

2019

A6.  Septembercirculaire 2014

-191

352

1.138

1.138

A7.  Doorberekening BAG in GF

-1.300

-1.300

-1.300

-1.300

-1.300

A8.  Suppletie uitk. afschaffing OZB gebr. woningen

-400

Indexeringen

Rondom de indexeringen zijn er drie zaken die financieel effect hebben. Twee daarvan hebben betrekking op de prijsontwikkeling van dit jaar die structureel doorwerkt naar de volgende jaren. De derde betreft de indexering voor het komend jaar.
Vorig jaar hebben we in de Stadsbegroting al geconstateerd dat de prijsontwikkeling in 2015 lager werd ingeschat dan de inschatting bij de perspectiefbrief. We hebben toen de prijscompensatie alleen voor het jaar 2015 naar beneden  bijgesteld. Nu stellen we voor dit structureel in de begroting te verwerken.
Bij de stadsbegroting van vorig jaar hebben wij vanaf 2018 de gemeentefondsuitkering met € 2,5 miljoen gecorrigeerd vanwege de door het Rijk gehanteerde prijsontwikkeling. De bijstelling van de prijscompensatie willen we vanaf 2018 gebruiken om deze correctie te verminderen.
De andere ontwikkeling dit jaar is dat de ontwikkeling van de salariskosten lager is dan we vorig jaar verwachten. We zijn uitgegaan van een salarisstijging van 1,75% maar constateren nu dat dit 1% lager is. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat wij als werkgever lagere pensioenpremies moeten afdragen.
Dit levert een voordeel op van € 1 miljoen.
De huidige ramingen van het cpb laten voor 2016 een lagere prijsbijstelling zien dan we gewend zijn. Omdat wij in het gemeentefonds standaard rekening houden met een iets hogere percentage levert de doorrekening met de indexeringspercentages zoals deze zijn opgenomen in het deel "grondslagen en uitgangspunten" een voordeel op van € 1,4 miljoen.
Vorig jaar hebben we met de septembercirculaire gemerkt dat de lagere prijzen ook doorwerken in het gemeentefonds. Toen werd om die reden de uitkering fors naar beneden bijgesteld. Om die reden stellen we voor om het voordeel van € 1,4 miljoen te reserveren voor de waarschijnlijke bijstelling van het gemeentefonds in de septembercirculaire van 2015.

bedragen * € 1.000,-

2015

2016

2017

2018

2019

A9.   Bijstelling prijscompensatie vanuit 2015

700

700

700

700

A10. Reservering prijscompensatie 2018 e.v.

-700

-700

A11. Lagere werkgeverslasten agv pensioenafspraken

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

A12. Voordeel indexeringen

1.400

1.400

1.400

1.400

A13. Verwachte tegenvallende accress  GF

-1.400

-1.400

-1.400

-1.400

Financieringsresultaat

Voor de periode 2016 - 2019 gaan we uit van een lage rente in het eerste jaar en die geleidelijk oploopt naar 4% in 2019 voor het lenen van geld bij derden. Voor de verschillende rentes die we intern hanteren, voor bijvoorbeeld de reserves en de investeringen gaan we uit van 4%. Deze rentevisie is consistent met de rentevisies van de afgelopen jaren.
De lagere rente voor het lenen bij anderen levert de komende jaren een gunstiger financieringsresultaat op dan we nu begroot hebben.
Vlak voor en na de jaarwisseling hebben we een aantal langlopende leningen afgesloten met een looptijd van zo rond de 7 jaar. Deze leningen hebben we kunnen afsluiten tegen een rente van minder dan 1%. Hiermee behalen we jaarlijks  een voordeel van € 1,3 miljoen. Omdat de looptijd van deze leningen langer is dan deze begrotingsperiode is het risico groot dat we dit als een structureel voordeel inboeken. Wanneer deze leningen aflopen is de kans aanzienlijk dat de rente hoger is en we bij herfinanciering te maken krijgen met een nadeel.
We stellen daarom voor dat we dit voordeel jaarlijks in de saldireserve storten. Hiermee zorgen we ervoor dat deze middelen niet structureel worden ingezet, maar zijn ze wel voor eventuele incidentele bestedingen beschikbaar. Op het moment dat de rente gaat oplopen en we voor hogere rentekosten komen te staan dan kunnen we dit opvangen door deze toevoeging aan de saldireserve te verminderen.
Als laatste corrigeren we in 2019 het financieringsresultaat naar beneden  vanwege een uitstaande geldlening. Op deze lening ontvangen we een relatief hoge rente. Doordat er jaarlijks op deze lening wordt afgelost wordt dit voordeel jaarlijks kleiner. Dit vertaalt zich in een nadeel in de laatste jaarschijf.

bedragen * € 1.000,-

2015

2016

2017

2018

2019

A14. Financieringsresultaat

2.300

1.977

1.982

1.982

1.282

A15. "Structureel" resultaat storten in saldireserve

-1.282

-1.282

-1.282

-1.282

A16. afloop uitgeleend geld

-200

Heffingen

In de Stadsrekening hebben wij u geïnformeerd over een uitspraak van de Hoge Raad waarin is aangegeven dat het deel van verzorgingstehuizen waarin gewoond wordt het OZB-woningtarief geldt. Wij hebben tot vorig jaar het niet-woningen tarief voor het gehele tehuis gehanteerd. Omdat het woningen-tarief lager is levert dit een minderopbrengst op van € 0,5 miljoen.
Door een grotere areaal toename van niet-woningen dan we in de begroting hebben opgenomen, realiseren we een structureel voordeel van € 0,5 miljoen.
We willen in deze alinea een waarschuwing afgeven voor het uitsluiten van werktuigen in ziekenhuizen in de WOZ-waardering. Over dit onderwerp bestaat er op dit moment veel onduidelijkheid waarbij ook rechterlijke uitspraken onvoldoende houvast bieden en soms zelf tegengesteld lijken te zijn. We volgen dit onderwerp nauwlettend.

bedragen * € 1.000,-

2015

2016

2017

2018

2019

A17. Woondelen vrijstelling OZB

-500

-500

-500

-500

-500

A18. Areaalontwikkeling OZB niet woningen

500

500

500

500

500

Bestaand beleid

In de stadsbegroting 2015-2018 hebben we aangegeven welke budgetten we nodig hebben voor ons beleid. In deze paragraaf duiden we de mutaties ten aanzien van die begroting. De toelichting hierop kunt u lezen bij de thema's. Voor een toelichting op de financiële regels die niet goed onder een thema passen, verwijzen we u naar de programma's (alleen beschikbaar in de digitale versie)

bedragen * € 1.000,-

programma

 2015

 2016

 2017

 2018

 2019

Bruisende binnenstad

B1.  Lager opbrengsten kermissen

Economie en Werk

-70

B2.  Lagere opbrengsten toeristenbelasting

Economie en Werk

-120

B3.  Tekort legesopbrengsten evenementen

Cultuur,cult.hist. en citymar.

-65

-65

-65

-65

-65

Stad die werkt en leert

B4.  Ondw.huisv. – vermind. onderzoeksopdracht

Onderwijs

-1.500

-1.500

-1.500

-1.500

-1.500

B5.  Stoppen structurele voeding saldireserve

Onderwijs

1.484

1.500

1.500

1.500

1.500

B6.  OndW.Huisv. - aanvullend herverdeeleffect

Onderwijs

-642

-651

-661

-667

-667

B7.  Vrijval stelpost neutralisering onderwijshuisv.

Onderwijs

642

651

661

667

667

Stad in de regio

B8.  Opvolging Stadsregio

Bestuur en Middelen

-85

-85

-85

-85

-85

B9.  project Edic

Bestuur en Middelen

-50

-50

Woon en groeistad

B10. Herontwikkeling Streekweg

Bestuur en Middelen

-175

Duurzame stad

B11. Onkruidbestrijding sport

-52

-76

-100

-100

Zorgzame stad

          Huurderving Welzijns- en jongerenacc.

Sport en Accommodaties

B12.  - overige oorzaken

Sport en Accommodaties

-302

-69

B13.  - vanwege  0 tarief

Sport en Accommodaties

-116

-116

B14. Huurderving Maatschappelijk Vastgoed

Sport en Accommodaties

-169

-45

-45

-45

-45

B15. Huurderving Sport- en recreatie accomm.

Sport en Accommodaties

-60

-50

-15

-15

-15

B16. Lagere horeca opbr. Welzijns- en jong.acc.

Sport en Accommodaties

-70

-50

-35

-35

-35

Niet aan thema gekoppeld

B17. Accountantskosten

Bestuur en Middelen

-54

-54

-54

-54

-54

B18. Dividenduitkering BNG

Bestuur en Middelen

-112

B19. Fiscale dossiers

Bestuur en Middelen

325

B20. Uitbreiding bestuurssecretariaat

Bestuur en Middelen

-133

-133

-133

-133

-133

B21. Versobering ondersteuning Raad & College

Bestuur en Middelen

-50

-175

-175

-175

B22. Vpb

Bestuur en Middelen

-27

-55

-55

-55

-55

B23. Afwijkingen in legesopbrengsten

Dienstverlening & burgerz.

-142

-38

97

-2

213

B24. Maximering tarief rijbewijs

Dienstverlening & burgerz.

-100

-100

-100

-100

B25. Verlening geldigheidsduur reisdoc naar 10 j.

Dienstverlening & burgerz.

-596

B26. Kostenreductie publiekszaken

Dienstverlening & burgerz.

400

B27. Aanbest. schoonmaak Welzijns- en jong.acc.

Sport en Accommodaties

-50

-50

-50

-50

-50

B28. Planontwikkelingen en verkopen

Sport en Accommodaties

-158

-158

-144

-144

-138

B29. Afboeken Boekwaarde

Sport en Accommodaties

-38

B30. Gevolg wijz. subsidiebeleid amateurkunst

Sport en Accommodaties

-20

-20

-20

-20

-20

B31. Minder productieve uren op projecten

Sport en Accommodaties

-325

-100

B32. Netto verkoopopbrengsten

Sport en Accommodaties

240

B33. project Bluswatervoorzieningen

Veiligheid

-100

B34. Stopzetten vergoedingsmaatreg. PV bonnen

Openbare ruimte

-236

-236

B35. Tekort ontvangsten uit reclame

Openbare ruimte

-400

B36. Controles bebouwde omgeving ODRN)

Stedelijke ontwikkeling

-300

Taakmutaties /stelpost

B37. Digitaal klantdossier (taakmutatie)

Bestuur en Middelen

13

13

11

11

11

B38. Dualiseringskorting (taakmutatie)

Bestuur en Middelen

-184

-184

-184

-184

-184

B39. E-overheid (taakmutatie)

Bestuur en Middelen

-46

-46

-47

-46

-46

B40. Individuele studietoeslag (taakmutatie)

Bestuur en Middelen

10

26

35

35

B41. Vergunningverlening (taakmutatie)

Bestuur en Middelen

358

358

358

411

411

B42. Waterschapverkiezingen (taakmutatie)

Bestuur en Middelen

21

B43. Inzet uitvoeringskosten BUIG (stelpost)

Bestuur en Middelen

55

55

55

55

55

B44. Vergunningverlening (taakmutatie)

Duurzaamheid

-358

-358

-358

-411

-411

B45. Digitaal klantdossier (taakmutatie)

Inkomen en armoedebestr.

-13

-13

-11

-11

-11

B46. Individuele studietoeslag (taakmutatie)

Inkomen en armoedebestr.

-10

-26

-35

-35

B47. Uitvoering BUIG (stelpost)

Inkomen en armoedebestr.

-55

-55

-55

-55

-55

Onder uitputting kapitaallasten

B48. Onder uitputting kapitaallasten

Bestuur & Middelen

700

B49. Onder uitputting kapitaallst. storting reserve

Bestuur & Middelen

-700

Nieuwe beleid

Sinds de stadsbegroting 2015-2018 hebben zich ook nieuwe beleidsontwikkelingen voorgedaan. Ook deze hebben financiële consequenties. In onderstaande tabel zijn de financiële effecten vanuit nieuw beleid opgenomen.

bedragen * € 1.000,-

2015

2016

2017

2018

2019

Bruisende binnenstad

C1.  Aanpak leegstand

Economie en Werk

-60

-260

C2.  Giro 2016

Cultuur,culthist. en citymark.

-50

C3.  Nijmegen ontmoet - Kroonjaar 2016

Cultuur,culthist. en citymark.

-875

C4.  Velo City

Mobiliteit

-50

-50

-100

Niet aan thema gekoppeld

C5. Doorontwikkeling publiekszaken Stadswinkel

Dienstverlening & burgerz.

-100

C6.  Nieuwe gemeentelijke website incidenteel

Dienstverlening & burgerz.

-190

-224

-33

C7.  Nieuwe gemeentelijke website structureel

Dienstverlening & burgerz.

-25

-40

-40

-40

C8.  Projectkosten modernisering BRP

Dienstverlening & burgerz.

-30

-30

Bij het thema Bruisende Binnenstad wordt de betreffende regel toegelicht. In de digitale versie worden bij het programma Dienstverlening & Burgerzaken de andere regels toegelicht.

Taakmutaties gemeentefonds

De taakmutaties tot en met de decembercirculaire 2014 vallen nog onder het huidig beleid. In dit deel stellen wij voor om, vanuit het bestaand beleidskader de taakmutaties uit de september- en decembercirculaire op te nemen in de begroting. In het deel grondslagen en uitgangspunten stellen wij voor het beleid rondom de taakmutaties gemeentefonds aan te passen.
De taakmutaties worden in de bijlage Taakmutaties toegelicht. Deze bijlage is in digitale versie van de zomernota opgenomen.

bedragen * € 1.000,-

2015

2016

2017

2018

2019

Gezond in de stand

153

153

153

Individuele studietoeslag

10

26

35

35

Maatschappelijke  opvang

-22

-22

-22

-22

-22

Sociaal domein WMO

-142

Uitvoeringskosten participatiewet

2

9

17

115

Vrouwenopvang

-19

92

90

88

88

WMO

-96

-96

-96

-96

-96

Implementatie participatiewet

500

400

Het opnemen van deze taakmutaties in de begroting heeft geen effect op ons saldo: de gemeentefondsuitkering is namelijk met bovenstaande bedragen aangepast.